Home

 

foto 2015

Hans van Erp wordt op 9 maart 1957 in Venlo geboren. Werkt heden ten dage bij PostNL in Blerick. Sinds zijn achtste jaar geïnteresseerd in popmuziek en leerde destijds die liedjes via de kermis kennen. Als Radio Veronica op 30 september 1972 aan de andere kant van de schaal op 538 meter in de middengolf gaat uitzenden is het station ook in Venlo te ontvangen. De hitkennis komt in een stroomversnelling als Radio Veronica de playlist van “Muziek terwijl U werkt” in het Veronica-blad gaat publiceren. Veel liedjes die ik als kind had gehoord kon ik nu traceren. Later stond in het Veronica-blad wekelijks de Billboard Hot 100 afgedrukt. Omdat de AFN hier in Limburg op de middengolf te ontvangen was ben ik in 1975 naar the American Top 40 met Casey Kazem gaan luisteren, iedere zondag van 13.00 tot 16.00 uur. Ik kreeg een band met die muziek en hierdoor is mijn liefde voor de Amerikaanse hitparade ontstaan. In 1978 verscheen in Nederland het muziekvakblad Billboard Benelux. In datzelfde leerde ik Ben Kuppens kennen en hij had het boek “Record Research” van Joel Whitburn. Alle platen die vanaf 1955 in de Amerikaanse charts hadden gestaan stonden alfabetisch-lexicografisch gerangschikt. Hij is toen begonnen een platencollectie aan te leggen van alle albums die méér dan 100 weken in de albumlijst van Billboard hadden gestaan. Zijn vader had al een grote platenverzameling. Op een goede dag begon hij alle top 10-hits uit de Billboard Hot-100 op releasedatum op cassettebandjes vast te leggen. We hebben samen heel wat tijd doorgebracht om alles te beluisteren.

Hans doet de research achter het programma van Look Boden “Met een blik in de spiegel van de tijd” waarin alle nummer 1 hits van die week uit de Billboard Hot 100, de Nederlandse, Engelse, Italiaanse, Franse, Australische, Nieuw Zeelandse en Duitse hitparade te horen zijn en wat wekelijks op de dinsdagavond van 20.00-22.00 uur wordt uitgezonden. Ook zorgt hij voor de benodigde muziek indien deze niet voorradig is.

Hoe zat dat vroeger nou…?

Vroeger stond de song centraal, niet de zanger, zangeres of zijn platenlabel. De artiesten namen dezelfde song op voor verschillende platenfirma’s, al dan niet gebruikmakend van een ander arrangement. Als een liedje geschreven was dan werd-ie ondergebracht bij een uitgever en die moest dan maar zien daar zoveel mogelijk uit te halen.

Om te beginnen nam de uitgever dan één of meerdere pluggers onder de arm, mannen die zelf ook nog eens goed piano konden spelen. Die moesten dan op hun beurt de diverse producers en zangvedetten proberen te overtuigen.

Hoe vaker de song tot een opname leidde, hoe groter de hit voor de uitgever (geld in het laatje). Omdat weinig artiesten hun eigen materiaal schreven of zelfs maar iets te zeggen hadden over wat hen werd aangeboden, konden zij alleen maar trachten aan zo’n liedje een eigen draai te geven, niet echt logisch als je bedenkt dat wel twintig versies tegelijkertijd in de hitparade belandden en tegen elkaar op moesten concurreren.

In de jaren vijftig draaiden 90% van de Amerikaanse Top 40-stations geen rhythm-and-blues hits. Ongeacht hoe populair die soul-artiesten ook waren.

Ongemerkt kregen rhythm-and-blues dames als Ruth Brown, LaVern Baker en Etta James lastige blanke dubbelgangers als Patti Page, Georgia Gibbs en Vicki Young in de nek. Blanke luisteraars hoorden via hun blanke radiostations hoe de blanke Georgia Gibbs hard haar best deed om Tweedle Dee zo zwart mogelijk te laten klinken. Daartoe gebruikte zij noot voor noot het oorspronkelijke Atlantic-arrangement van LaVern Baker.

Fats Domino en Little Richard hadden hun plafond bereikt en konden zich niet verder profileren. Toen Pat Boone besloot Ain’t That a Shame en Long Tall Sally te coveren was het de enige manier om hun songs op de blanke radio gedraaid te krijgen. De koers die Pat Boone ging varen was immers niet veel meer dan het nazingen en opnemen van popversies van andermans nummers.

Dit soort praktijken zette kwaad bloed bij mensen als deejay Alan Freed die weigerden platen van Pat Boone te draaien op grond van het feit dat Pat niets in de melk te brokken had. Het pronken met andermans veren vond hij niet door de beugel kunnen en stelde het dus niet op prijs.

Ain’t That a Shame en Long Tall Sally werden nu wel door de blanke luisteraars opgepikt, hetgeen Fats Domino en Little Richard zelf niet zou lukken.

Voorbeeld:

1950: Nat “King” Cole – Mona Lisa (8 weken 1)
(Jay Livingston; Ray Evans)
(Orkest o.l.v. Les Baxter)

(Uit de film Captain Carey, U.S.A. met in de hoofdrollen Alan Ladd, Wanda Hendrix, Myrna Loy en Luise Rainer, ging op 21 februari 1950 in de Amerikaanse bioscopen draaien)

(#7 hit voor Victor Young in 1950)
(#14 hit voor Harry James in 1950)
(#14 hit voor Art Lund in 1950)
(#16 hit voor Ralp Flanagan in 1950)
(#16 hit voor Charlie Spivak in 1950)
(#29 hit voor Dennis Day in 1950)
(#4 C&W-hit voor Moon Mullican in 1950)
(#10 C&W-hit voor Jimmy Wakely in 1950)

Hans van Erp

Muziekredacteur “Met een blik in de spiegel van de tijd”.